Speciaalclub
Natuurbroed
Gouldamadine
Nederland
Ingelogd als: Gast
Skip Navigation LinksHome > Gouldamadine > In het wild

De Gouldamadine in de Australische natuur

Laastste update op 15-7-2015

De gouldamadine behoort tot de familie van de Estrildidae, samen met nog 18 andere Australische vinkachtigen. De gouldamadine is polymorf, wat zoveel wil zeggen als dat er in de natuur verschillende soorten voorkomen die een onderling broedcontact met elkaar onderhouden, zonder dat er sprake van is dat de verschillende soorten verloren gaan.Goulds-3kopkleuren

Bij de gouldamadinen komen in de vrije natuur drie verschillende kopkleuren voor: de zwartkop, de roodkop en de oranjekop. Ze vererven ten opzichte van elkaar op een bepaalde manier en er ontstaan geen tussenvormen (het kenmerk van een kruisingsproduct). Naast het feit dat het een polymorfe soort is, zijn er ook dimorfismische kenmerken, waardoor er duidelijke verschillen te zien zijn tussen man en pop.

 

 

 Top

Ontdekking:

De gouldamadine werd in 1833 ontdekt bij Raffles Bay door Hombron & Jacquinot. Het exemplaar dat toen werd waargenomen was een roodkop gouldamadine. Het was echter John Gould die de zwartkop variëteit het eerste beschreef en de gouldamadine zijn huidige naam gaf. John Gould heeft deze prachtvink vernoemd naar zijn overleden vrouw Elizabeth, die hem tijdens zijn ontdekkingsreizen vergezelde en vele prachtige tekeningen van de door hem beschreven soorten maakte.ZK-3x-in boom

De eerste gouldamadinen die ontdekt werden waren allen roodkoppen en pas veel later werden op andere plaatsen de zwartkoppen ontdekt. In eerste instantie werd ervan uitgegaan dat het om verschillende ondersoorten ging. Pas jaren later kwamen vogeldeskundigen tot de conclusie dat het om mutanten van dezelfde soort ging. De oranjekop gouldamadine werd pas aan het eind van de achttiende eeuw beschreven.

Eind achttiende eeuw werden de eerste Gouldamadines naar Europa geëxporteerd, in 1960 werd door de Australische regering een uitvoerverbod afgekondigd. De Gouldamadine is nu een echte cultuurvogel, jammer genoeg heeft deze vogel het heden ten dage in de vrije natuur niet gemakkelijk, dit door o.a. het verdwijnen van grassoorten die voor hen van levensbelang zijn.

 

 Top

Naamgeving:

Aan de gouldamadine zijn verschillende Latijnse namen gegeven. Door John Gould werd hij Amadina Gouldiae genoemd. Door Reichenbach werd hij als een afzonderlijke soort beschouwd en in 1862 ondergebracht in het geslacht Chloebia. In eerste instantie werden er voor de verschillende kopkleuren ook verschillende namen gebruikt zoals:

  • Roodkop gouldamadine, Chloebia gouldiae mirabilis
  • Zwartkop gouldamadine, Chloebia gouldiae gouldiae
  • Oranjekop gouldamadine, Chloebia gouldiae armitiana

Door vele overeenkomsten met de grasvinken werd de gouldamadine door Jean Delacour in 1943 ingedeeld bij het geslacht Poephila.

Door chromosomenonderzoek, uitgevoerd in 1986 door L. Christidis van de Australian National University in Canberra, werd vastgesteld dat de gouldamadinen het meest verwant zijn aan de driekleur papegaaiamadinen.

Sindsdien is de officiële naam Erythrura Gouldiae.

 

 Top

Leefomgeving:Kaart Australie

De gouldamadine kwam vroeger in bijna het gehele noordelijke gedeelte, van het noorden van Queensland tot in het noorden van West Australië voor. Tegenwoordig komt de gouldamadine hoofdzakelijk nog maar voor in Northern Territory en dan voornamelijk in het Kimberley district. Hier leven ze in grasrijke bosgebieden. De kenmerken van hun leefgebied kunnen worden omschreven als een uitgestrekt, heuvelachtig en licht bebost landschap. Ze leven ook altijd in een omgeving met de permanente aanwezigheid van water en goede nestelmogelijkheden.

 

 

Het klimaat:Boom Australie

Het noorden van Australië en dan in het bijzonder het gebied waar onze gouldamadine leeft, heerst een tropisch klimaat. Dat wil zeggen dat er geen seizoenen bestaan zoals wij die hier kennen. De seizoenen in het tropische en subtropische gedeelte van Australië bestaan uit een droog en een nat seizoen. De temperatuur en de luchtvochtigheid in deze gebieden zijn het hele jaar door hoog. De tropische regenbuien vallen van november tot april. De temperaturen overdag liggen zo tussen de 35 ºC en 40 ºC en s’nachts zo tussen de 20 ºC en 25 ºC. Ook het vochtigheidspercentage schommelt gedurende de dag en kan variëren tussen de 40% en 70%.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 Top

Leefpatroon:

In de vrije natuur wordt het leefpatroon van de gouldamadine bepaald door het aanbod van de zaden die op dat moment beschikbaar zijn.

Het zijn niet alleen de verschillende grassoorten en de hoeveelheden hiervan die gedurende het jaar veranderen, maar ook de kwaliteit van het graszaad zelf is aan verandering onderhevig. Gedurende het verloop van het regenseizoen ontstaat er een overvloed aan rijpende grassoorten. Weiland Australie

In het daarop volgende droge seizoen zijn de graszaden gerijpt, vallen op de grond en zijn voor de gouldamadinen moeilijk te vinden.

In deze periode van voedselschaarste zullen ze ook hun broedgebieden verlaten om op andere plaatsen naar voedsel te zoeken.

Daarom starten de gouldamadinen met broeden aan het einde van het regenseizoen wanneer er graszaad in overvloed is.

De rui vindt plaats gedurende een korte periode direct nadat de broedactiviteiten zijn beëindigd, maar er relatief gezien nog volop voedsel van goede kwaliteit aanwezig is.

 Top

Broeden in de natuur:

Paargedrag:

Buiten de broedtijd leven de gouldamadinen in grotere groepen bijeen. Het is dan al mogelijk dat er zich paartjes gaan vormen. Ondanks het feit dat de mannetjes contact proberen te leggen met de popjes, is het echter het popje dat een mannetje uitzoekt dat haar aanstaat. Al bij het eerste contact zoeken van het mannetje, laat hij wat van zijn baltsspel zien. Bevalt het popje dit, dan blijft ze zitten en anders vliegt ze zonder enige interesse weg.

 

Balts:RK-man-balts

Korte tijd nadat het popje een mannetje heeft geaccepteerd begint deze met het voordragen van zijn balts op een tak. Het hele lichaam van het mannetje wordt voorovergebogen, waarbij zijn zwarte staart onder een hoek van 45º naar boven wijst, waardoor de lichtblauwe stuitveren zichtbaar worden. Tegelijkertijd zet het mannetje de mantel- en kopveren op. Tegelijkertijd met het baltsen draagt het mannetje zijn baltszang voor, die ongeveer hetzelfde klinkt als de normale zang. Door haar staartje op het mannetje te richten toont het popje haar bereidheid tot paren. Het popje maakt zelden baltsbewegingen maar soms trilt zij wel met haar staartje.

 

Top 

Nestplaats:

Wanneer het paringsritueel voltooid is, gaan beide op zoek naar een geschikte nestplaats. RK-man-bij nest in boomDe man inspecteert altijd als eerste de nestholte want zelf een vrijstaand nest bouwen doen ze zelden of nooit. Als het mannetje een geschikte nestplaats denkt te hebben gevonden, zal hij proberen het popje hierop attent te maken. Als het popje uiteindelijk overstag gaat en het de nestholte binnengaat, dan zal daar de paring plaatsvinden. Het mannetje gaat nu in de vroege ochtend en late namiddag over tot het verzamelen van nestmateriaal. Soms wordt zelfs helemaal geen nestmateriaal gebruikt en wordt het legsel gewoon op de molm in de holen gelegd. Hoewel de gouldamadine niet een echte koloniebroeder kan worden genoemd, blijven ze toch dicht bij elkaar in de buurt en kan het voorkomen dat er in de grotere bomen meerdere paartjes tot broeden overgaan.

 

Broedperiode:ZK-man-bij nest in boom

Overdag broeden beide ouders afwisselend. ’s Nachts broedt alleen de pop of de man, terwijl dan de ander dicht in de buurt op een tak de wacht houdt. Als de regentijd daar is verlaten de gouldamadinen hun leefgebied, omdat dit als gevolg van de hevige regenval nauwelijks in hun voedselbehoefte kan voorzien. In hun nieuwe, meer zuidelijker gelegen gebied, waar de regenval veel minder hevig is, komt de natuur eerder tot leven en is er in korte tijd volop voedsel, waardoor de gouldamadine wordt gestimuleerd om het broedseizoen in te gaan. Het broedseizoen loopt ongeveer van januari tot april. In het broedseizoen brengen ze meestal twee en soms wel drie broedsels groot. Het gemiddelde legsel bestaat uit 6 eieren, zodat de gouldamadine een vruchtbare vogel genoemd kan worden.

 Top

Nestperiode:Papillen

Als na 15 dagen de jongen uitkomen zijn ze volledig naakt en hebben vier blauwe snavelpapillen, twee aan iedere zijde. Deze snavelpapillen, die een belangrijke rol vervullen bij het voeren, zijn fluorescerend, zodat de ouder die komt voeren gemakkelijk de jongen en de bekken kan vinden. Na ongeveer 24 dagen vliegen de jongen uit. Het verenkleed lijkt dan in niets op de prachtige kleuren van de oudervogels. De bovenzijde is grijsgroen met een witachtige onderzijde en een zwartachtige snavel.

Al enkele dagen na het uitvliegen beginnen ze zelf naar wat voedsel te zoeken. Tot de jongen zelfstandig zijn worden ze hoofdzakelijk gevoerd door het mannetje en het popje is intussen alweer met een nieuw broedsel begonnen. De jongen zijn ongeveer twee weken na het uitvliegen zelfstandig.

 

Interessante literatuur

Het artikel van Dennis Schamhart met als titel "Gouldamadine als evolutionair modelsysteem" eerder gepubliceerd in ons kwartaalblad "Spectrum" kunt u  downloaden. Het is een PDF-file. Deze is te openen met Acrobat Reader. Dit is artikel is alleen te openen als u als lid bent ingelogd.

- Gouldamadine als evolutionair modelsysteem

Top
Agenda
Geen activiteiten gepland!
Save the Gouldian Fund